Een ladder met ontbrekende sporten
Je zoekt hem vergeefs bij de bouwmarkt: de escalatieladder. Op scholen, waar hij thuishoort, blijkt hij vaak slecht te werken. Het begrenzen en indien nodig sanctioneren van gedrag van leerlingen kent enkele traptreden. Het zijn vooral OOP’ers die buiten de lessen toezicht houden. Door leerlingen aan te spreken op hun gedrag proberen ze het voor iedereen op school veilig en prettig te houden.

Als cursuscoördinator voor de incompany trainingen van FiAC zie ik scholen steeds meer investeren in de kwaliteit van het toezicht. Pedagogisch handelen, weerbaarheid tegen asociaal of agressief gedrag en voorbereid zijn op incidenten en calamiteiten zijn veel gevraagde thema’s. De escalatieladder is de beschrijving van de route voor leerlingen die onaanvaardbaar gedrag vertonen als ze zich niet aanspreekbaar opstellen voor de toezichthouders. De escalatieladder hoort niet direct tot de lesinhoud van onze trainingen, maar heel vaak geven deelnemers aan dat de hogere sporten gebreken vertonen. Met grote gevolgen.
In onze trainingen gericht op surveilleren staat het hanteren van een de-escalerende aanpak centraal. Door het gedrag van een leerling feitelijk te benoemen en aan te geven waarom het anders moet, open je een gesprek waarin je het gewenste gedrag uitspreekt. Via een keuze tussen een sanctie aanvaarden of meewerken, kun je er met de leerling uitkomen. Het handhaven van school- en gedragsregels, verloopt bij voorkeur niet via sancties. Maar als ‘gewoon’ aanspreken niet werkt, moeten die sancties er natuurlijk wel zijn.
Is er sprake van heftig, respectloos verzet of een grovere misdraging, dan is de doorgaans de interne spelregel dat een conciërge of toezichthouder de leerling doorstuurt naar bijvoorbeeld een teamleider. Voor de meeste ernstige gedragingen is meestal een lid van de schoolleiding bevoegd tot de ‘zwaarste’ sancties, waaronder schorsing.
Ooit stond een paar dagen niet welkom zijn op school voor een smet op je blazoen, een schande in de ogen van onder meer je ouders. Gaandeweg werd de klassieke schorsing gevoelsmatig tot een paar zorgeloze vrije dagen. Dit heeft de meeste scholen er inmiddels toe gebracht geschorste leerlingen toch naar school te laten komen, apart te zetten en buiten de normale lessen de hele dag te laten werken. De ultieme sanctie lijkt hiermee gered, maar de weg erheen blijkt nog steeds vaak opgebroken.
De ‘hogere’ instanties op de escalatieladder zijn drukbezette managers, die niet echt zitten te wachten op ineens binnenlopende, geïrriteerde sanctieklanten. Te vaak wordt geprobeerd de kwestie snel met een vermanende opmerking af te doen en blijft een sanctie achterwege. Als bekend wordt onder leerlingen dat de hogere sporten de escalatieladder niet serieus nemen, ontstaat er onderaan een probleem.
Toezichthoudende OOP’ers hebben vaak een beperkt mandaat om zelf sancties op te leggen. Door te gaan voor de stap naar een hogere sanctionerende instantie, zien berekenende leerlingen een kans om onder sancties uit te komen. OOP’ers die toezicht houden, voelen zich door deze opstelling van het management niet gezien. Ze voelen zich machteloos om de ‘hogere’ instanties bewust te maken van de gevolgen van hun ontwijkende gedrag.
Liefst zou ik binnen onze OOP-trainingen de deelnemers een effectieve oplossing presenteren. Helaas heb ik die niet bij de hand, op elke school gaat het ook net even anders. Enige hoop heb ik wel vanwege de nieuwe Wet Vrij en Veilig Onderwijs, die de meldingsplicht voor incidenten aanscherpt en scholen een coördinator voor sociale veiligheid aan te wijzen. Omdat we als FiAC een leergang Veiligheidscoördinator in het onderwijs verzorgen, kunnen we de deelnemers daaraan meegeven dat de escalatieladder op te veel scholen een ernstig punt van zorg is.