Wet zet preventiemedewerker in de schijnwerpers

Scholen willen graag veilige omgevingen zijn, maar ze hebben te weinig knowhow om dat te realiseren. Dat zegt John Jongenelen, gecertificeerd hoger veiligheidskundige en docent bij FiAC/NISHV. “Het is net als in het verkeer. Je wilt wel veilig rijden, maar je hebt geen rijbewijs, dus je kent de spelregels niet. Een preventiemedewerker kan helpen om dat probleem op te lossen.”

Met de veiligheid in scholen is het in grote lijnen wel in orde, maar er zijn altijd elementen waar aandacht aan besteed moet worden. Zoals het voorkomen van werkdruk, het schoolveiligheidsplan en de veiligheid in praktijklokalen. “Risico nul bestaat niet. Maar je kunt de risico’s door organisatorische en technische maatregelen of door voorlichting wel terugbrengen naar een aanvaardbaar niveau.”

Jongenelen adviseert scholen bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De Arbocatalogus is daarbij een belangrijk referentiekader. Het is de concrete vertaling van de prestatie-eisen voor het onderwijs vanuit de Arbowet. De Arbocatalogus geeft partijen op basis van objectieve criteria de gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan.

Bewust veilig
Als een school verbetering van de arbeidsomstandigheden van de medewerkers en de leerlingen serieus wil aanpakken is een RI&E een nuttig instrument. Daarbij wordt een soort thermometer in de organisatie gestoken waarmee de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden wordt beoordeeld. Daarna gaat de school op een systematische manier aan de gang met verbeteringen. Alle medewerkers worden daarbij betrokken en de Arbocatalogus kan worden gebruikt als hulpmiddel.

De eigen ambities zijn de belangrijkste ingrediënten voor een veilige school en het beleid op het gebied van schoolveiligheid, werkdruk, inkoopbeleid, etc. is het vertrekpunt. Een andere succesfactor is de betrokkenheid van de organisatie. “Als een school bewust is van veiligheid zie je dat overal terug. Dan is het vanzelfsprekend dat men er bijvoorbeeld bij het kopen van kwastenreiniger rekening mee houdt dat daar geen schadelijke oplosmiddelen in zitten. En dat er productinformatiebladen worden meegenomen om medewerkers te instrueren hoe het product moet worden gebruikt en opgeslagen. Veiligheid zit dan in het DNA van die school.”

Uiteraard mag het streven naar veiligheid niet leiden tot paranoia. Dat wordt voorkomen door een pragmatische benadering van de veiligheidssituatie, kennis van de materie en een gestructureerd plan van aanpak. De preventiemedewerker, die elke school moet hebben, heeft daarbij een centrale rol als coördinator en toezichthouder.

Preventiemedewerker
Schoolbesturen zijn al jaren wettelijk verplicht om een preventiemedewerker aan te stellen. Door een wetswijziging is het sinds juli 2017 verplicht om dat in overleg te doen met de MR. Dat betekent dat het bestuur moet onderbouwen welke eisen er aan de preventiemedewerker worden gesteld. Het gevolg is dat de functie formeel wat steviger in de schoolorganisatie is verankerd en dat de positie van de preventiemedewerker is verbeterd. In de factsheet ‘Nieuwe Arbowet’ treft u de belangrijkste wijzigingen aan. Download hier de factsheet.

Belangrijke taken van de preventiemedewerker zijn het (mede-) opstellen van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), adviseren van en samenwerken met de MR over maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid, en deze maatregelen (mede) uitvoeren. In zijn nieuwe rol werkt de preventiemedewerker als adviseur intensiever samen met de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners, zoals een veiligheidskundige.

Een preventiemedewerker moet over voldoende kennis beschikken. Hij krijgt een goede start als zijn opleiding meteen wordt gevolgd door het uitvoeren van een risico-inventarisatie, samen met een veiligheidskundige op zijn school. Dan is de preventiemedewerker bij alle gesprekken en tijdens de rondgang door het gebouw aanwezig. “De kennis die de preventiemedewerker van de organisatie heeft is onovertroffen. Door de combinatie van die kennis met een training-on-the-job wordt hij als het ware mede-eigenaar van de RI&E. Want dat is zijn agenda, op basis waarvan hij periodiek terugkoppelt naar de MR om te rapporteren of geplande acties volgens afspraak zijn uitgevoerd en afgerond.”

Kennis én verantwoordelijkheid
Een deel van de preventietaken kan bij andere medewerkers dan de preventiemedewerker worden neergelegd. Dat is wettelijk toegestaan, mits het formeel in de functieomschrijving wordt vastgelegd. In organisatorische zin heeft dat veel praktische voordelen, omdat er beter gebruik wordt gemaakt van kennis die al in de organisatie aanwezig is, zoals in een scheikundelokaal. “Wie weet er nou meer van scheikunde en gevaarlijke stoffen dan de docent of de TOA? Dan is het toch raar als buitenstaanders als de facilitaire dienst of een preventiemedewerker verantwoordelijk zijn voor veiligheidsinformatiebladen, de veilige opslag van die middelen en het juiste gebruik van de zuurkast?”

Het is aan te bevelen om in praktijklokalen waar wordt gewerkt met machines of gevaarlijke stoffen de vakdocenten en de TOA’s formeel verantwoordelijk te maken voor preventietaken. Docenten staan daar meestal wel voor open, want in hun dagelijkse praktijk zijn ze toch al verantwoordelijk voor toezicht en instructie. Het is voor hen bovendien een kleine moeite om terugkoppeling te geven naar de preventiemedewerker en aan te geven of de risico’s wel of niet voldoende worden beheerst. Een andere slimme organisatorische tip is het benoemen van de vertrouwenspersoon voor de medewerkers tot ‘preventiemedewerker psychosociale arbeidsbelasting’. Als vertrouwenspersoon krijgt deze medewerker toch al signalen over agressie en geweld. Als preventiemedewerker kan hij dat best anoniem terugkoppelen naar de organisatie, MR en/of de bedrijfsarts.