'Een prestatie van formaat, maar hoe straks verder?'

ICT-expert Rob Venema over hoe scholen en vooral hun docenten in korte tijd op grote schaal aan de slag gaan met ICT

Binnen een week waren de meeste scholen begonnen met afstandsleren. ICT speelt er een belangrijke rol in. ‘En dat terwijl ICT op veel scholen niet bepaald bovenaan stond op de beleidsagenda,’ constateert Rob Venema. Hij zwaait lof toe naar de docenten die snel handelden en bereid waren buiten gebaande paden te stappen. Als kerndocent van de in voorbereiding zijnde FiAC-leergang ICT-beleid voorziet hij vooral meer blended learning. ‘Dat het onderwijs na de coronacrisis anders zal zijn dan ervoor, weet ik zeker. Maar wat er nu snel is neergezet, past lang niet altijd in het onderwijs van de toekomst.’

De coronacrisis was misschien voorzien in calamiteitenplannen van scholen, maar volgens Rob Venema zeker niet in hun ICT-beleidsplan. ‘Er is snel gehandeld en geïmproviseerd, vooral door docenten. Die verdienen daar complimenten voor. Begonnen werd met herhalen, verdiepen, extra huiswerk. Al snel was men toe aan het behandelen van nieuwe onderwerpen, dus werd een les gegeven en opgenomen voor de camera. Leerlingen kunnen zo de uitleg van lastige onderwerpen keer op keer herhalen. Er komen veranderingen door wat docenten nu meemaken. Ze ontdekken waar ICT wel en waar niet waarde toevoegt aan het onderwijsproces.

 

Nadenken op korte èn lange termijn 
Op de vraag of die ervaringen gaan leiden tot een ‘nieuw normaal’ voor het onderwijs, geeft hij een voorzichtige bevestiging. ‘Hoe dingen veranderen kan ik niet voorspellen. Iedere school maakt eigen keuzes, liefst in de vorm van echt beleid. Naast de ervaring dat je meer met ICT kunt dan door velen werd gedacht, staat dat docenten en leerlingen het onderlinge contact op school nodig hebben. Ik voorzie een toename van ICT-gebruik, maar dan vooral in vormen van blended learning. Nu gebeuren er dingen die snel te realiseren zijn, straks kijken we weer meer naar kwaliteit.’

Ook een benadering voor de korte termijn blijft nodig. ‘Na de meivakantie moeten de schoolexamens afgerond worden. En misschien moeten scholen vanwege de anderhalve-meter-samenleving met halve groepen draaien, een ochtend- en een middagklas. Of verschoven roosters om te voorkomen dat bij een leswissel alsnog de gangen volstromen met mensen. 'Dat betekent dat je moet nadenken hoe je leerlingen de komende periode wilt laten leren, een strategie moet bepalen. Daar kun je positieve ervaringen met ICT bij inpassen. Online huiswerkbegeleiding met de hele klas vergt veel energie van docent en biedt leerlingen een beperkt rendement. Dus begonnen docenten online te werken met kleine groepjes leerlingen. Dat gaat stukken beter, al moet je dan meer sessies houden. In de huidige context is daar tijd voor. Begeleiding hoeft ook niet dagelijks.’

Van technische naar didactische ICT-ondersteuning 
Door de crisis heeft Rob Venema, voornamelijk actief als ICT-beleidsadviseur voor het onderwijs, het erg druk. Er komen allerlei soorten vragen op hem af, bijvoorbeeld over het in bruikleen geven van apparatuur en nieuwe bestellingen op korte termijn. De overheid heeft grote hoeveelheden chromebooks en laptops voor scholen ingeslagen. ‘Laten we hopen dat deze devices op de juiste plekken terechtkomen bij scholen in achterstandswijken die de extra apparatuur hard nodig hebben.’ Een opmerkelijke vraag die hij van een school kreeg, betrof kiezen voor het platform van Google of dat van Microsoft. ‘Waar eenduidige keuzes voordelen kunnen hebben voor het beheer, moet je vooral aan de leerlingen denken. We weten dat we ze opleiden voor een wereld waarin van alles sterkt blijft veranderen. Daar hoort bij dat je ze leert werken met verschillende platforms, die ze in hun vervolgstudie en later op hun werk gaan tegenkomen. Ik pleit sterk voor professioneel geregisseerd werken in de cloud, waardoor je minder technici nodig hebt op school en je ruimte creëert voor extra medewerkers die leerdoelen didactisch kunnen vertalen in benodigde ICT-ondersteuning.’

Thuiswerken is niet zonder risico
Docenten en OOP werken momenteel een flink deel van hun tijd thuis. Technisch wil dat lukken. Het Nederlandse Internet kan de extra belasting goed aan. ‘Je ziet op school de educatieve netwerken nu stilliggen, terwijl de server voor thuiswerken zwaar worden belast. Administratieve en beheerapplicaties zijn soms nog niet echt klaar voor thuiswerk. Verder worden er thuis allerlei camera’s en tekentabletjes verbonden aan het device van de docent. Door de manier waarop medewerkers met de software daarvoor omgaan, zie ik wel beveiligingsrisico’s. Op hackers en computervirussen moet je -als altijd- alert blijven. Onzorgvuldig menselijk gedrag zie ik als een continue dreiging.’

Thuiswerkend gaan medewerkers soleren, ziet Rob Venema. ‘Ik zie dat bijvoorbeeld in de bijscholing. Waar mogelijk volgen docenten e-learning gericht op hun vak en ICT. Het kan zomaar gebeuren dat iedereen vrijwel dezelfde cursus volgt en men er onderling nauwelijks over deelt of samen mee probeert te doen. Ik pleit daarom voor wat meer kennismanagement: maak een verdeling wie wat uitzoekt of leert en zorg voor delen en uitwisselen. Eén collega met veel kennis biedt niet echt continuïteit, beter is de kennis te verdelen over collega’s. Dan kun je straks nog meer uit ICT halen voor het verder verbeteren van het onderwijsproces.’

Onderwijs en ICT hebben vanaf de eerste week van de intelligente lockdown intensief samengewerkt en de drempels tot het inzetten van ICT in de les verlaagd. De eerste evaluaties van leren op afstand tonen enerzijds het grote gemis van het sociale contact aan, maar anderzijds de kansen die blended learning kan bieden in de praktijk. 'Nu dus aan de slag met beleid!,' meent Rob.