Een goed voorbereide school kan ‘nekvelincidenten’ voorkomen

Het is inmiddels ‘het nekvelincident’ gaan heten: het filmpje uit januari 2019 waarop te zien is dat een onderwijsassistent een leerling verwijdert nadat deze een kruk tegen hem aan had gegooid. Zijn aanpak leidde tot een klacht van de ouders en een media-hype over zijn al dan niet terechte schorsing. Voor zowel de medewerker als de school (ze gingen pas dagen na de eerste commotie met elkaar om tafel) werd het een nare kwestie, die aantoont dat voorkomen beter is dan genezen. FiAC verzorgt al jaren cursussen in omgaan met asociaal gedrag en agressie voor ondersteunend personeel. Daarnaast  is er een studiedag over incidenten op sociale media en krijgt het beleid (handhaven van schoolregels, crisiscommunicatie) veel aandacht in de leergang Veiligheidscoördinator.

Keuze geven
“Een leerling op deze manier aanraken, dat mag in principe niet. Zo zijn de afspraken in Nederland momenteel. Maar dat wil niet zeggen dat je de straatcultuur daarmee vrij spel geeft in het onderwijs,” stelt FiAC-trainer Roderik Sommerdijk. Hij oefende met intussen honderden conciërges, toezichthouders en (beginnende) docenten hoe je kunt handelen als leerlingen de grens tussen ongewenst en ontoelaatbaar gedrag dreigen over te gaan. Wat hij een essentiële stap vindt, is dat je op het moment van grensoverschrijding de leerling een duidelijke keuze geeft. “Maak de leerling zelf verantwoordelijk voor het vervolg. Geef duidelijk aan wat de consequentie of sanctie is als hij doorgaat met het ongewenste gedrag. En zet daar tegenover dat hij ook jouw alternatief kan volgen, wat een positieve uitkomst heeft.
Ook al is er een filmpje, alle relevante feiten zijn niet in beeld. “Je ziet niet wat er eerder gebeurde. Ik krijg het idee dat de onderwijsassistent zich alleen voelde staan, geen steun voelde van de collega die ook in het lokaal was. Ik weet dat als je mensen goed traint, ze meer handvatten hebben om adequaat te reageren. Nu ontstond er een situatie met een grote impact voor de onderwijsassistent, terwijl de publieke opinie vond dat de leerling er makkelijk mee weg kwam. Professioneel bezien blijft dit een conflict tussen een jongen van 16 en een volwassen personeelslid dat volgens de regels moet handelen. Als je het optreden goed beheerst, is de effectiviteit van gebruiken van je mond zeker niet minder dan gebruiken van je handen.”

Botsende belangen
Arjen Janssens, docent van de FiAC-leergang Veiligheidscoördinator en in diezelfde functie werkzaam bij een ROC, weet dat botsingen tussen leerlingen en personeel regelmatig voorkomen. “Bij ons op school geldt dat personeelsleden verplicht zijn incidenten met leerlingen te melden. Dat is een onderdeel van onze integrale aanpak van veiligheid. Volgens de gedragscode mag je leerlingen niet beetpakken. Wat leerlingen naar het personeel toe doen, kan soms heel hard zijn. Daar komt waarschijnlijk ook de publieke bijval voor deze onderwijsassistent vandaan. Maar de regels zijn duidelijk en ouders vinden dankzij internet makkelijk de weg om een klacht in te dienen. Op zich hun goed recht, natuurlijk. Net zoals het personeel op zijn beurt recht heeft op een veilige werkplek. Rechten en gedragscodes gelden over en weer. Maar wanneer mensen botsen, blijken ook de regels weleens te botsen…”
Dat ‘het nekvelincident’ zoveel aandacht trok, komt door het filmpje dat viral ging op de sociale media. De betrokken onderwijsassistent zocht daarna zelf de publiciteit voor zijn kant van het verhaal. “Als school hoor je voorbereid te zijn op plotselinge, ongewenste aandacht van de media. Het is belangrijk dat je zorgvuldig communiceert. Je moet in wat je naar buiten brengt vooral feitelijk blijven, maar het is ook zaak snel te reageren. Zeker als de kwestie in snelle media speelt. Behalve dat je op incidenten voorbereid hoort te zijn, hoor je ze ook te voorkomen. Het mbo is net als het vmbo verplicht veel zorgleerlingen op te nemen. Ons beleid is gericht op veilig leren, met motivatie van de leerlingen ons team. Leerlingen die recent ui een oorlogssituatie komen, hebben vaak meer behoefte aan zorg en begeleiding dan aan vakinhoudelijke lessen. Als ROC hebben we gekozen hard te werken aan de zorgschil, onder meer door gedragswetenschappers binnen de school te halen. Ook onze docenten betrekken we hierin mee. Zorg intensiveren lijkt niet direct veiligheidsbeleid. Ik meen echter dat wie een veilige omgeving wil om te leren en te doceren, breed en integraal hoort te denken.”