Criminaliteitspreventie doe je met elkaar en met gedragen regels

Veiligheid is op scholen een belangrijk onderwerp. De conciërge speelt daarbij een cruciale rol, want hij is vaak de eerste die met problemen wordt geconfronteerd. Maar hij moet wel gesteund worden door de directie en het OP, zegt Gerard Donders, docent bij FiAC. “Een conciërge kan niet in zijn eentje garant staan voor de veiligheid op school.”

Preventie van kleine criminaliteit begint met het opstellen van regels voor leerlingen en personeel. Hoe wordt er gehandeld als de wet wordt overtreden? Wat wordt er gedaan bij diefstal, wat doen we als iemand een wapen heeft en hoe gaan we om met boze ouders? En waar ligt de grens: op welk moment schakelen we de politie in en wanneer wordt het intern afgehandeld? “Er mag geen misverstand ontstaan door de ene leerling die iets steelt intern te bestraffen en bij de andere aangifte te doen. Conciërges, leerkrachten en directie moeten één lijn trekken en consequent zijn.”

Schooldirecties zijn verplicht hun visie op veiligheid vast te leggen in een veiligheidsprotocol. Maar uit angst voor imagoschade worden die eigen richtlijnen lang niet overal nageleefd. Directies denken, dat als een school vaak in het nieuws komt omdat er aangifte moet worden gedaan, dit een negatieve uitstraling heeft. Onterecht, zegt Gerard Donders. “Ik denk dat een strikte houding van een school juist een positieve uitstraling heeft. Want dan weet iedereen 'op die school is het goed geregeld'.”

Centrale rol conciërge
In de praktische uitvoering van het veiligheidsbeleid heeft de conciërge een centrale rol. Dat begint bij het signaleren van incidenten. Vervolgens kijkt hij wat de regelgeving (het beleid van de directie) voorschrijft en daarna wordt dat incident op de voorgenomen wijze afgehandeld. Conciërges kunnen incidenten beter niet zelfstandig afhandelen. Bij voorkeur doen ze dat in overleg met de directie. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste is het dan voor iedereen duidelijk, dat de regels schoolbreed gedragen worden. Ten tweede zal de rest van het personeel zich gesteund voelen door de directie. “Als docenten en OOP'ers weten dat er iets gedaan wordt met meldingen van diefstal of geweldpleging, dan zullen ze dat blijven doen. Bij een directie die regels opstelt en daar vervolgens niet naar wil handelen, zegt het personeel 'we doen er niks meer mee'.”

Kennis opfrissen
De rol van de conciërge staat centraal in de interactieve cursus 'veiligheid, beveiliging en toezicht voor conciërges'. Er wordt gewerkt vanuit praktijksituaties, die mede door de deelnemers worden aangedragen. Die praktijkvoorbeelden zijn heel herkenbaar, zegt Dick Bouwhuis, al 30 jaar conciërge bij CSG Noordik locatie Vroomshoop. “Ik vind het wel knap hoe ze die cursus geven. De cursusleiding weet heel goed wat er in de praktijk speelt op de werkvloer. Dat is heel prettig, want daardoor worden de zaken weer een beetje aangescherpt. Wat zo'n cursus ook heel leuk maakt, is dat je ervaringen kunt uitwisselen met vakgenoten, die min of meer in dezelfde situatie zitten.”
Fred Bronkhorst, facilitair medewerker bij het Wellantcollege in Naarden, heeft een achtergrond vanuit de hotelbeveiliging. Bij hem was de cursus vooral een kwestie van de puntjes weer op de i zetten. “Het opfrissen van de algemene kennis op het gebied van wetgeving was voor mij heel waardevol. Vooral het benoemen van wat wettelijk wel en niet mag. Voordat je er erg in hebt doe of zeg je iets wat niet klopt. En dat wil je niet, want je bent toch het visitekaartje van de school.”
Carlo Vereijken is al enkele jaren toezichthouder/conciërge bij het Jan van Brabant College in Helmond. Hij heeft tijdens de cursus veel geleerd over het optreden bij calamiteiten en het omgaan met agressie en conflictsituaties onder jongeren. Uit persoonlijke interesse voor beveiliging had hij al een opleiding gedaan voor een functie als stadswacht. Bij FiAC leerde hij dat jongeren – anders dan volwassenen – niet meteen gaan knokken. “Je kunt bij jongeren veel bereiken met praten en door te laten zien hoe het wel moet. Dat gebruik ik bij het instrueren van onze leerlingen. Die kennis zorgt ervoor dat ik mijn werk nu wat makkelijker kan doen, met name in conflictsituaties.”

Schoolstewards
CSG Noordik werkt sinds dit schooljaar met Schoolstewards. Dat is een programma waarbij leerlingen na een korte instructie enkele keren per jaar steward zijn. Ze mogen dan corrigerend optreden bij ongewenst gedrag van medeleerlingen. Daarbij krijgen ze rugdekking van een conciërge, docent of onderwijsassistent. Dick Bouwhuis: “Het inzetten van stewards bevalt hartstikke goed. Dat we dat programma gebruiken is een rechtstreeks gevolg van het delen van de ervaringen tijdens de cursus van FiAC.” Een open cultuur in school, waarin leerlingen kunnen gaan meepraten over misstanden, is volgens Gerard Donders een andere goede methode om de veiligheid te vergroten. “Er zijn genoeg leerlingen die weleens dingen zien die ze graag kwijt willen. Als je als school een meldpunt inricht met een mentor of conciërge als vertrouwenspersoon kan dat heel goed werken.”

Ondersteunende maatregelen
Om criminaliteitspreventie te vereenvoudigen is het nuttig om het schoolgebouw met een kritische blik te bekijken. Wellicht is het aantal in- en uitgangen te beperken, zodat er wat meer zicht is op wie het gebouw binnenkomt. Misschien kunnen de deuren tijdens de lessen zelfs wel op slot. Vaak zijn er ook mogelijkheden om onoverzichtelijke plekken, waar leerlingen zich anoniem ophouden, aan te pakken met een andere inrichting. Veel scholen zetten ter aanvulling camera's in als observatiemiddel. Bij het Jan van Brabant College zijn ze op 11 plekken opgehangen. Carlo Vereijken kijkt regelmatig mee wat zich daar allemaal afspeelt. “Ik weet door de cursus waar ik op moet letten. Dan werkt het heel goed en kun je meteen reageren. Maar ik heb er niet altijd tijd voor, want ik bel ook de absentielijsten na en coördineer de nablijfklassen en het corvee. Dan gebruiken we de camerabeelden om achteraf te bekijken wat er gebeurd is.” Een strakke sleuteldiscipline is ook een goede ondersteunende maatregel. Daarmee wordt voorkomen dat iedereen zomaar overal naar binnen kan lopen.

Nieuwe media
Het volgen van social media wordt gezien als een nieuwe methode om de veiligheid op school in de gaten te houden. Er zijn zelfs softwaresystemen te koop waarmee scholen kunnen meekijken. In de praktijk levert dat niet zoveel op. Door de wet op de privacy mogen alleen open bronnen worden gevolgd, dus niet de media die door de leerlingen zijn afgeschermd. Ook is er discussie over de vraag of het meekijken met leerlingen een verantwoordelijkheid is van de school of van de ouders. Ondertussen hebben social media wel een grote invloed op zijn functioneren als conciërge, vertelt Fred Bronkhorst. “Wij maken het mee dat een leerling al voordat hij de klas uitgestuurd is een appje naar zijn ouders heeft gestuurd. Die bellen ons dan en zeggen 'mijn kind is de klas uitgestuurd, wat is dat voor flauwekul?' Soms komen ze zelfs naar de school. Daar moet je maar op een goeie manier mee om zien te gaan.”

Nieuwe risico's
Door ontwikkelingen in de maatschappij zullen er telkens nieuwe veiligheidsrisico's ontstaan. Als schoolbestuurders daar alert op zijn en hun visie op veiligheid in overleg met de organisatie voortdurend bijstellen is dat geen enkel probleem. Gerard Donders: “Veiligheid is veel meer dan een protocol. Het is een levend document dat door alle geledingen uitgedragen moet worden en waar iedereen in de school op moet kunnen bouwen en vertrouwen.”